Geef feedback op de website

Kerkdienst zangdienst

Noimagesmall
Audio
  • I: Over de kerk
  • I: zondag 17 juni, 10:00

ds. Gerjanne van der Velde

Zangdienst: ‘Van een vader en zijn zoons’

Orgelspel

Welkom en mededelingen

Aanvangstlied: ‘Heer wij zijn bijeengekomen’ (mel. Gez. 460 LvK)
Heer, wij zijn bijeengekomen, mensen, overal vandaan;
had Gij ons niet meegenomen, niemand was hierheen gegaan,
want wij schromen hier te komen, volop in het licht te staan.

Laat uw liefde ons bestralen, laat het licht zijn om ons heen;
Gij vergeeft wel duizend malen onze zonden, één voor één.
Als wij falen, weer verdwalen schijnt uw licht, uw licht alleen!

Stil gebed

Bemoediging en groet

Samenzang: 103: 1, 5
1 Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren,
laat al wat binnen in mij is Hem eren,
vergeet niet hoe zijn liefde u heeft geleid,
gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,
die u geneest, die uit het graf uw leven
verlost en kroont met goedertierenheid.

5 Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.

Gebed

Samenzang: ‘Wij scholen samen’ (mel. LvK 474)
1. Wij scholen samen rond het Woord dat ons van God verhaalt.
De Geest schrijft het met vuur en vaart in onze eigen taal.
Wij leven van dit gouden Woord dat nieuwe wegen wijst.
Het biedt aan ieder onderdak die naar Gods toekomst reist.

2. Wij vieren hoe zijn eerste Woord ons met elkaar verbindt;
Te zingen van zijn liefde maakt ons tot zijn huisgezin.
Wie door zijn Adem wordt bezield gaat nooit de weg alleen;
wij raken aan elkaar gehecht over de grenzen heen.

3. Want niet de grond waarop wij staan, noch bloed maakt ons verwant,
alleen het onderweg zijn naar dat verre vaderland.
Maar hier mag de oase zijn waar wij worden gelaafd:
wat ons beloofd is heeft voorgoed het reizen licht gemaakt.

Schriftlezing: Lucas 15: 11-32
11 Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn
vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21 “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22 Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23 Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24 want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
25 De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26 Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27 De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft
teruggekregen.” 28 Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29 Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30 Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u
voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31 Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32 Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’

Samenzang: Abba Vader
1 Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen
Abba, Vader, U alleen,
U behoor ik toe.

2 Abba, Vader, laat mij zijn
slechts van u alleen
Dat mijn wil voor eeuwig zij
d’uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn Heer.
Laat mij nimmer gaan.
Abba, Vader, laat mij zijn
slechts van U alleen

Woorden bij de lezing

Samenzang: ‘Mijn Vader, dank U wel’
1 Mijn Vader, dank U wel dat U steeds bij mij bent,
U al mijn gedachten en verlangens kent,
dat U zo stil en rustig en begrijpend bent,
mijn Vader, dank U wel.

2 Ik dank U dat Uw hand mij steeds behoedt en leidt,
dat U mij wilt bewaren in de felste strijd,
voor troost, die U mij geeft in onzekerheid,
mijn Vader, dank U wel.

3 Ik dank U voor de diepe vrede en de rust,
voor vreugde en voor blijdschap en voor levenslust,
ik dank U, dat U zelf nu heel mijn leven vult,
mijn Vader, dank U wel.

4 Mijn woorden schieten vaak te kort, o Heer,
wat U aan mij wilt geven, dat is toch veel meer,
‘k ervaar uw diepe rijkdom en geluk steeds meer,
mijn Vader, dank U wel.

5 Daarom wil ik U danken, dat ik zingen kan,
dat ik U met mijn stem toch altijd loven kan,
dat ik U in dit lied van harte danken kan,
mijn Vader, dank U wel.

Dienst der gebeden

Collecte

Slotlied: ‘Ga maar gerust’ (mel. ELB 246)

2 Ga maar gerust, want ik zal met je mee gaan
Ik ben de zon, waardoor het donker knielt
Ik ben de groet, waarmee ook jij kunt opstaan
Ik ben de hoop, dat zaad diep in je ziel
Ik ben het lied, dat fluistert in de bomen
Ik ben de dag, die schemert in je droom

3 Ga maar gerust, want ik zal met je mee gaan
Ik ben de liefde, die een mens je schenkt
Ik ben de hoogste toon, die je kunt aanslaan
Ik ben de verte, die verlangend wenkt
En, kom je thuis, de laatste mist verdwenen
ben ik de hand, die al je tranen wist.

Zegen
beantwoorden met lied 425
Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord,
in Christus verbonden, tezamen gezonden
op weg in een wereld die wacht op uw woord.
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal,
door liefde gedreven, om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal.

Lengte 1 uur 7 min 46 sec
=>Download (31,02 MB)

  1. Opnames (65)
  2. RSS
  1. Titel Spreker Datum/tijd

  2. 1 Kerkdienst ds. Gerjanne van der Velde 15 jul 10:00

  3. 2 Jeugdienst ds. Gerjanne van der Velde 08 jul 10:00

  4. 3 Kerkdienst ds. Gerjanne van der Velde 24 jun 10:00

  5. 4 Trouwceremonie Oliver en Stefanie   22 jun 13:30

  6. 5 Kerkdienst zangdienst ds. Gerjanne van der Velde 17 jun 10:00

  7. 6 Kerkdienst ds. Gerjanne van der Velde 10 jun 10:00

  8. 7 Kerkdienst Viering Heilig Avondmaal ds. Gerjanne van der Velde 03 jun 10:00

  9. 8 Kerkdienst ds. Gerjanne van der Velde 27 mei 10:00

  10. 9 Taizé viering ds. Hilde van der Zwaag 21 mei 10:00

  11. 10 Kerkdienst ds. K. datema Varsseveld 13 mei 10:00