Geef feedback op de website

  • I: Over de kerk
  • I: vrijdag 19 april, 19:30

ds Rob v.d. Plicht

GOEDE VRIJDAG 19 april

Voorganger: ds. Rob van der Plicht,
Ouderling v.dienst: Agaath de Kwaadsteniet
Orgel: Arie Nobel
Koster: Jaap Broer

Bij de liturgische schikking:
Zo diep de nacht
maar reeds ontwaakt de haan
en kraait en kraait –
zo diep in de nacht
maar Jezus zoekt zijn blik
en kijkt hem aan:
licht dat naarbinnen slaat
waarin hij wordt gekend
zichzelve kent:
ten dode toe beschaamd
doch totterdood bemind.
(uit het gedicht ‘Petrus’ verloochening’, Inge Lievaart)

voor de dienst zijn wij stil

Orgelspel

Stilte

allen gaan staan
Bemoediging

Voorganger: Onze hulp is in de Naam van de Heer
Allen: Die hemel en aarde gemaakt heeft

Drempelgebed

Voorganger: Verborgen God,
een mens in dodelijke verlatenheid,
een man van smarten
stelt U ons tot levensteken.
Wij bidden U omwille van Zijn lijden:
sterk ons in het geloof
dat U ons niet alleen laat,
dat wij ons kunnen verlaten op U
bij alles wat ons overkomt,
vandaag en tot het einde van onze dagen.
Allen: Amen

allen gaan zitten

Zingen: Psalm 22: 1, 2
1. Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijf zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.

2. Nochtans, op U, o God die heilig zijt
en troont op lofgezangen, U gewijd
door Israël dat gij hebt uitgeleid,
steunt ons vertrouwen,
immers, de vaad’ren bleven op U bouwen,
dat Gij hen naamt in heilige bescherming:
Gij hebt, als zij U riepen om ontferming,
hen niet beschaamd.

Gedicht van André Troost

In woede sloeg de wereld de waarheid op de mond.
Tot bloedens toe gehekeld, bedroefd en weg gestompt,
ontmoedigd, lamgeslagen, door broeders uitgejouwd,
hoe heeft Hij kunnen dragen dat God vervloekte hout?

Als Adam hier op aarde blies Hij de laatste adem uit,
de ziel die Hij bewaarde, de liefde voor zijn bruid.
Zijn hartstocht brandde vurig, een waakvlam in de nacht;
zo hing Hij daar langdurig tot alles was volbracht

Gebed

Schriftlezing: Johannes 19: 16b-24 (16b: vanaf: Zij voerden Jezus weg)
Zij voerden Jezus weg; 17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn mantel.’ Dat is wat de soldaten deden.

Zingen: LvK Gezang 189: 1, 2, 4 (Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis)

1. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders,
waar is toch uw almacht thans,
waar uw goddelijke glans?

2. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en zijn sterven zaligt mij.

4. Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis!
’k Heb mij, Heer, voor dood en leven
U gegeven.
Laat mij dan in vreugd en pijn
met U in gemeenschap zijn.
Schriftlezing: Johannes 19: 25-30
25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.
28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

Moment van stilte

Watch the Lamb, Ray Boltz (beamer)
https://www.google.nl/search?source=hp&ei=d2OsXO7TCsickgXqh5T4Bw&q=watch+the+lamb&oq=WATCH+THE+LAMB&gs_l=psy-ab.1.0.35i39j0l2j0i203l7.1227.4210..7757…0.0..0.232.1116.13j1j1……0….1..gws-wiz…..0..0i131j0i67.-DZfmzjGB1w
Onderweg naar Jeruzalem, de tijd was weer gekomen om te offeren.
Mijn twee zoontjes liepen naast mij op de weg.
De reden dat ze meekwamen was om op het lam te passen.
En ze zeiden: papa, papa, wat zullen wij daar zien, er is zoveel dat we niet begrijpen.
Dus ik vertelde hen van Mozes en vader Abraham.
En ik zei: lieve kinderen let op het lam. Er zullen zoveel mensen in Jeruzalem zijn vandaag,
we moeten er zeker van zijn dat het lam niet zal weglopen,
En ik vertelde hen van Mozes en vader Abraham.
En ik zei: lieve kinderen let op het lam.
Toen bereikten we de stad, ik wist dat er iets niet klopte
Er waren geen blijde zangers, geen vrolijke aanbiddingsliederen.
Ik stond daar met mijn kinderen te midden van boze mensen.
Toen hoorde ik de menigte schreeuwen: Kruisig Hem.
We probeerden de stad te verlaten, maar we konden niet wegkomen.
Waren gedwongen om mee te doen in dit drama, iets waar ik liever niet aan mee wilde doen.
Waarom waren op deze dag die mannen veroordeeld te sterven?
Waarom stonden wij net nu hier? De plek waar ze al snel langs zouden komen.
Ik keek en zei: zelfs nu ze komen
schreeuwt de eerste om genade, de mensen gaven het hem niet.
De tweede was gewelddadig, hij was arrogant en luidruchtig.
Ik hoor nog steeds zijn boze stem, schreeuwend tegen de menigte,
Toen zei iemand: daar is Jezus.
Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven, een man die zo hard geslagen was.
Hij zag er nauwelijks levend uit, het bloed stroomde uit zijn lichaam
van de wonden op zijn voorhoofd, lopend op het kruis, vallend op de grond.
Ik zag hoe Hij worstelde, ik zag hoe Hij viel. Het kruis kwam op Zijn rug neer,
De menigte begon te joelen.
Op dat moment voelde ik zo’n diepe pijn en zo’n groot verlies,
Tot een Romeinse soldaat mijn arm greep en schreeuwde: jij, draag Zijn kruis!
Eerst probeerde ik me te verzetten, maar zijn hand greep naar zijn zwaard.
Dus ik knielde en nam het kruis van de Heer.
Ik legde het op mijn schouder, en we begonnen te lopen.
Het bloed dat hij had vergoten, liep langs mijn wang omlaag.
Ze leidden ons naar Golgotha, sloegen nagels diep in zijn voeten en handen.
Aan het kruis hoorde ik Hem bidden: Vader, vergeef het hun.
Nog nooit had ik zoveel liefde gezien in iemands ogen.
In uw handen beveel ik mijn geest, bad Hij. En toen stierf Hij.
Ik stond daar aan de grond genageld.
Ik verloor alle besef van tijd tot ik twee handjes de mijne stevig voelde vast houden.
Mijn kinderen stonden daar te huilen. Ik hoorde de oudste zeggen:
Vader, alstublieft vergeef ons, het lam rende weg
Papa, papa, wat hebben we hier gezien? Er is zoveel dat we niet begrijpen.
Dus nam ik ze in mijn armen. We draaiden ons om en keken naar het kruis.
Toen zei ik: lieve kinderen, zie het Lam!

Overdenking

Moment van stilte

Zingen: Lied 575: 1, 4, 6

1.Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

4. Alle leed hebt Gij geleden,
Gij gedragen met geduld.
Als een worm zijt Gij vertreden
zonder schuld, om onze schuld,
opdat wij door U verheven
als verlosten zouden leven.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

6. Dank zij U, o Heer des levens,
die de dood zijt doorgegaan,
die Uzelf ons hebt gegeven
ons in alles bijgestaan,
dank voor wat Gij hebt geleden,
in uw kruis is onze vrede.
Voor uw angst en diepe pijn
wil ik eeuwig dankbaar zijn.

Beklag Gods
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Omdat Ik u uit het land van Egypte heb gevoerd, gedurende veertig jaren door de woestijn heb geleid en een heerlijk land heb binnengeleid, hebt gij voor uw Verlosser een Kruis bereid.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Wat meer had Ik voor u moeten doen dat Ik niet gedaan heb.
Ik heb om u Egypte en zijn eerstgeborenen gegeseld, en gij hebt Mij gegeseld en overgeleverd aan de hogepriesters.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Ik heb voor u de zee geopend. En gij hebt met een lans mijn zijde geopend.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik ben voor u uitgegaan in de wolkkolom en in de woestijn met manna gespijzigd.
En gij hebt Mij naar het rechthuis van Pilatus gevoerd.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Ik heb u gelaafd met heilzaam water uit de rots. En gij hebt Mij gelaafd met gal en azijn.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Ik heb om u de koningen der Kanaänieten geslagen en u een koninklijke scepter gegeven.
En gij hebt Mij met een rietstok op het hoofd geslagen en mijn hoofd met doornen gekroond.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Ik heb u verheven met grote kracht. En gij hebt Mij gehangen aan het kruishout.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Moment van stilte

Zingen: Lied 562: 2, 3

2. Hoe sloeg ik ooit uw woorden
weerspannig in de wind,
wilde niet zien of horen
hoezeer ik werd bemind,
mijn leven liep verloren,
uw stem bracht mij tot staan,
U bidt voor wie U hoonden –
o Jesu, zie mij aan.

3. Mijn Heer die om mijn zonden
in doem en duisternis
ontluisterd en geschonden
aan ’t kruis gehangen is,
al ben ik U onwaardig,
mijn toevlucht is uw naam,
mijn redder, mijn genade –
o Jesu, zie mij aan.

Lezing: Lucas 19: 40-42
40 Maar hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’
41 Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad. 42 Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu.

Zingen: Lied 590

1.Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.

2. De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven.
3. Hoe slaapt Gij nu,
die men zo ruw
aan ’t kruishout heeft gehangen.
Starre rotsen houden U,
rots des heils, gevangen.

4. ’t Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.

5. Hoe wonderlijk,
uitzonderlijk
een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen.

De kaars wordt gedoofd, het licht gaat uit

Moment van stilte

Lengte 1 uur 4 min 17 sec
=>Download (11 MB)
Deze opname wordt over 7 maanden automatisch verwijderd.

  1. Opnames (98)
  2. RSS
  1. Titel Spreker Datum/tijd

  2. 1 Kerkdienst ds. Jan Willem Leurgans en ds. Rob van der Plicht 15 sep 09:45

  3. 2 Kerkdienst - bevestigingsdienst Ambtsdragers ds. Jan Willem Leurgans en ds. Rob van der Plicht 08 sep 10:00

  4. 3 Kerkdienst - Viering Heilig Avondmaal ds. Jan Willem Leurgans 01 sep 10:00

  5. 4 Kerkdienst ds. Rob van der Plicht 25 aug 10:00

  6. 5 Kerkdienst ds. Rob van der Plicht 18 aug 10:00

  7. 6 Kerkdienst ds. Rob van der Plicht 11 aug 10:00

  8. 7 Doopdienst ds. Jan Willem Leurgans 04 aug 10:00

  9. 8 Kerkdienst ds. Jan Willem Leurgans 28 jul 10:00

  10. 9 Uitvaartdienst Jaap Broer ds. Jan Willem Leurgans 26 jul 11:30

  11. 10 Kerkdienst ds. Rob van der Plicht 21 jul 10:00